Postzegels

Vandaag bleef ik nog even hangen in de Mechelse stationsbuurt. Vanaf de Leuvensevaart had ik vrij zicht op Den Tember … tja, Biesjemeuleke heeft natuurlijk wel iets met dat Mechels dialect.

Cijfer van de dag: 10,37 km

Den Tember of Le Timbre of het Zegel … Mechelaars gaven het gebouw diverse namen. Officieel moeten we echter spreken over de Algemene Werkplaats van het Zegel.

Het gebouw, dat vroeger een kaarsenfabriek zou geweest zijn, was sedert 1868 in gebruik als postzegeldrukkerij.

Sinds 1993 staat het gebouw echter leeg en bijten zowel de stad als een projectontwikkelaar hun tanden stuk op de herbestemming.

Het industrieel complex, met verschillende bakstenen gebouwen uit de 19de en 20ste eeuw, is een beschermd monument sinds 1996 en kreeg in 2019 de erkenning als industrieel erfgoed.

Voor wie zich niet zo goed kan oriënteren: Den Tember ligt achter de oude gebouwen van de P.T.T. (*) aka Belgacom aka Proximus. De site rond Den Tember kreeg ondertussen een succesvolle herbestemming en werd ontwikkeld als De Zuidpoort.

In totaal werden op die plaats 22.000 vierkante meter kantoren en een honderdtal woongelegenheden gerealiseerd.

Dat de drukkerij van de post in Mechelen te vinden was, heeft veel te maken met de komst van de spoorwegen, waarbij Mechelen lang het centrale knooppunt was. Dagelijkse vertrokken treinen met postzegels naar de verschillende postlocaties in het land.

In de postzegeldrukkerij werden niet alleen postzegels en briefkaarten voor de Belgische Post gedrukt, maar ook “millioenen biljetten van de ijzerenweg en de verschillende coupons die gebruikt worden in al de staties in het land”. Omstreeks 1912 waren er vier afdelingen, aangeduid onder de naam “Le Magasin Central”  met lokalen voor de fabrikatie van de postzegels en magazijnen voor de opslag. De werkhuizen waren voorzien van “de volmaakste werktuigen: draaiende perssen verschaffen elken toer van eenen rol 300 getimbeerde vignetten, vergunnende alzoo eenen dagelijksche voortbrengst van twee millioen postzegels.” Andere machines waren er onder meer voor het gommen en het ponsen. (Bron: Mechelen Blogt)

In het voorjaar van 2007 kreeg een blogger van Mechelen Blogt een rondleiding in Den Tember van Bob, de toenmalige voorzitter van de Mechelse Postzegelkring Opsinjoor.

En die rondleiding leverde dan weer een heleboel leuke plaatjes op die je kan bekijken via Flickr.

Oh ja, voor de volledigheid: de postzegeldrukkerij van België bevindt zich tot op vandaag in Mechelen. Je kan ze vinden in de industriezone Mechelen-Zuid.

Het industriële erfgoed in de Mechelse stationsbuurt is best wel indrukwekkend. Doe me er aan herinneren dat ik hier moet op terug komen …

(*) Voetnoot …

de P.T.T. … in Mechelen spraken we van Putteke graven, Tentje zetten, Tukske doen …

Was de post tot in 1795 een door de overheid aan een privé-onderneming in pacht gegeven aangelegenheid, onder het Franse bewind werden de posterijen genationaliseerd en onder staatsmonopolie geplaatst. Na 1830 hield de Belgische overheid vast aan dit monopolie. Het beheer van de posterijen werd in de eerste jaren van de Belgische onafhankelijkheid ondergebracht bij het Ministerie van Financiën. Een ministeriële circulaire van 18 juni 1834 (volgend op het K.B. van 20 mei 1834) richtte de Administration des Postes et Messagiers op.

In 1837, bij de oprichting van het Ministerie van Openbare Werken, werd dit bestuur overgeheveld naar het nieuwe departement. In 1841 werden de postdiensten heringericht (K.B. van 6 april 1841). Het Centraal bestuur bevoegd voor het postwezen heette voortaan: Afdeling de Posterijen (Division du Service des Postes). Op 11 juli 1849 werden de besturen der posterijen en spoorwegen samengesmolten. Na toevoeging van de bevoegdheid inzake telegrafie ontstond zo één Bestuur der Spoorwegen, Post en Telegrafen (K.B. 1 augustus 1850).

De postwet van 30 mei 1879 stipuleerde dat het Bestuur de Posterijen belast was met het inzamelen, vervoeren en uitdelen van brieven, briefkaarten, nieuwsbladen en andere gedrukte stukken, met de uitgifte van postwissels, de inning van kwijtschriften en handelseffecten, met de abonnementendienst op nieuwsbladen en andere gedrukte stukken, met de uitgifte van de postwissels, de inning van kwijtschriften en handelseffecten, met de abonnementendienst op nieuwsbladen en tijdschriften, met het ontvangen van deposito’s en het verrichten van uitkeringen voor rekening van de ASLK. Bij wet van 28 december 1912 zouden de Posterijen eveneens bevoegd worden inzake het ontvangen in bewaring van geldspeciën op lopende rekeningen en het verrichten van betalingen door cheques of overschrijvingen op deze rekeningen.

Na de katholieke verkiezingsoverwinning van 10 juni 1884 vond een ingrijpende herschikking van het Belgische overheidsapparaat plaats. Spoorwegen en (tele)communicatie werden ondergebracht in een nieuw departement, het Ministerie van Spoorwegen, Postwezen en Telegrafen. Dit omvatte behalve een Algemeen Secretariaat, drie afdelingen: het Beheer van Staatsspoorwegen, het Beheer van Posterijen en Telegrafen en het Beheer van Zeewezen. Door het toenemend belang van het postwezen en van de telegrafie werden in mei 1888 de administraties van de post en de telegrafie gescheiden. In 1912 weden de staatsspoorwegen en de telecommunicatie ondergebracht in twee afzonderlijke departementen, nl. het Ministerie van Zeewezen, Posterijen en Telegrafen en het Ministerie van Spoorwezen (K.B. van 30 november 1912). In 1914 werd de opsplitsing ongedaan gemaakt, en werden de diverse besturen opnieuw herenigd in het Ministerie van Spoorwegen, Zeewezen, Posterijen en Telegrafen (K.B. van 28 februari 1914).

Na de Eerste Wereldoorlog werd de burgerlijke luchtvaart ondergebracht bij het Ministerie van Spoorwegen, Zeewezen, Posterijen en Telegrafen. Bij K.B. van 8 december 1925 veranderde de benaming van het departement in: Ministerie van Spoorwegen, Zeewezen, Posterijen, Telegrafen, Telefonen en Luchtvaart.

In 1929 werd het Ministerie opgesplitst in twee departementen, het Ministerie van Verkeerswezen en het Ministerie van Posterijen, Telegrafen en Telefonen. Een negental jaar later, in mei 1938, werden de bevoegdheden van deze twee ministeries opnieuw samengevoegd tot één departement: het Ministerie van Verkeerswezen, Posterijen, Telegrafie en Telefonie en Nationaal Instituut voor Radio-Omroep. Na de tweede Wereldoorlog bestond het departement uit volgende diensten: Bestuur van het vervoer, Bestuur van het Zeewezen, Bestuur van de luchtvaart, Commissariaat-generaal voor Toerisme en het Bestuur der Posterijen.

Bij K.B. van 9 oktober 1961 werd de benaming van het departement adermaal aangepast: voortaan sprak men van het Ministerie van Verkeerswezen en van Post, Telegraaf en Telefoon. In 1971 tenslotte, werd het Bestuur der Posterijen omgevormd tot een Regie (Wet van 6 juli 1971).

Bron: Inventaris van het archief van het Bestuur van de Posterijen. Tweede reeks, 1894-1968

About the author

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.