De vurige stad Luik

Vandaag deed ik een toertje in eigen hof. Gisteren mocht ik nog eens naar Luik trekken … niet om te wandelen maar als hulpverlener van Rode Kruis-Vlaanderen. Onze uitvalsbasis was opnieuw het imposante Prins-bisschoppelijk Paleis.

Cijfer van de dag: 4,70 km

Het was mijn tweede bezoek aan het gebouw op amper een week tijd en het blijft een indrukwekkende ervaring.

Het huidige gebouw is het derde gebouw dat onderdak verschafte aan de Luikse prins-bisschoppen. Een eerste paleis werd geïntegreerd in de versterkingen door de prins-bisschop Notger, maar dat gebouw verdween bij een brand in 1185. Het werd opnieuw opgetrokken door Rudolf van Zähringen. Deze constructie kreeg het zwaar te verduren tijdens de plundering van de stad door de troepen van Karel de Stoute en brandde eveneens af in 1505.

Everhard van der Marck, die in 1505 prins-bisschop werd, begon in 1526 aan de bouw van een nieuw paleis. De bouw duurde tot eind 16e eeuw.

De zeer bijzondere binnenplaats (Cour d’Honneur) is omringd door een zuilenarcade met zestig renaissancezuilen van verschillende types.

Een aantal van de kapitelen is gedecoreerd met maskers en hoofden met verentooien naar Azteeks model. Blijkbaar was de bisschop gefascineerd door de schatten van het in 1521 onderworpen Aztekenrijk.

De zuidgevel – de “voorgevel” die uitkijkt over de Place Saint-Lambert – werd volledig vernieuwd na een brand in 1734, onder leiding van de Brusselse architect Johannes Andreas Anneessens

In 1849 werd aan de westkant een nieuwe vleugel gebouwd waarin het provinciebestuur werd ondergebracht. Het was in die vleugel – langs de zijde van de Place Notger – dat wij aan de slag waren.

Het paleis van de Luikse prins is prachtiger dan het Louvre in Parijs, schreef Philippe de Hurges vol bewondering in 1615.

Bij ons eerste bezoek op 21 juli maakte de Luikse provinciegouverneur ongeveer dezelfde opmerking. Hij vertelde ons: het is hier het Louvre wel niet maar we zijn wel bijzonder trots op ons Paleis … ik had toen geen idee dat hij Philippe de Hurges citeerde (hijzelf misschien ook niet …)

Twee eeuwen later schreef Victor Hugo opgetogen: Nergens heb ik een vreemder, en prachtiger, architecturaal ensemble gezien.

De neogotische westelijke vleugel waar het provinciebestuur zijn stek heeft, werd opgetrokken door Charles Delsaux.

Het gerechtshof zetelt nog altijd in de 18e-eeuwse zalen die Georges-Louis de Berghes en Jean-Théodore de Bavière lieten inrichten. De verfijnde decoratie van deze vertrekken kan wedijveren met de mooiste paleizen van Europa.

De omstandigheden waarin we Luik moesten bezoeken – het organiseren van de hulpverlening naar aanleiding van de overstromingen – waren niet voor herhaling vatbaar.

Ik leerde echter wel een bijzonder mooi gebouw kennen.

Wellicht moet ik nog eens als toerist terugkeren.

About the author

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.