De Leuvense Vaart

Het Kanaal Leuven – Dijle duikt regelmatig op tijdens mijn wandelingen langs de zuidelijke kant van Mechelen. Hoog tijd om die imposante waterweg – die ondertussen meer dan 250 jaar oud is – de aandacht te geven die hij verdient.

Cijfer van de dag: 10,11 km

Aanvankelijk was de Dijle de natuurlijke waterweg die Leuven via Mechelen met de havenstad Antwerpen verbond. De onregelmatige loop van deze rivier, haar groot verval en de geringe diepgang hadden tot gevolg dat slechts kleine schepen met platte bodem, “Dijlepleiten” genaamd, geschikt waren om de rivier te bevaren.

Reeds in de 17de eeuw, door het toenemend belang van de stad Leuven als economisch centrum voor de handel in graan en bier, liet de behoefte aan een rechtstreekse verbinding met het Scheldebekken door middel van een kanaal zich geleidelijk aan voelen.

In 1660 werd voor de eerste maal een concreet plan opgemaakt voor het graven van een vaart die in Vilvoorde aansluiting zou geven met het zeekanaal BrusselWillebroek. Van dit ontwerp werd afgezien omdat de meerderheid van de Leuvenaars een rechtstreekse eigen waterweg wensten die verbinding gaf “naer de grote waters” bij Mechelen.

In 1730 raakte het Leuvense stadsbestuur het uiteindelijk eens over de definitieve plannen voor een kanaal dat de stad moest verbinden met het Zennegat in Mechelen. Op 29 januari 1750 verleende keizerin Maria-Theresia toelating aan de stad Leuven om het kanaal te graven.

Aanvankelijk had het Leuvense stadsbestuur een aanbesteding uitgeschreven voor het uitgraven van de vaart. Men vond de ingeleverde prijsaanbiedingen echter veel te hoog en men besloot het werk in eigen beheer uit te voeren.

Er werden 500 Ardense boeren aangeworven om het kanaal uit te graven. Het was een reuzenwerk aangezien het door middel van schop en kruiwagen diende te gebeuren. Het werk ging van start op 9 februari 1750.

Tijdens de werken moest men misrekeningen op vlak van het niveau bijsturen. Toch kwam het kanaal eind 1752 gereed. Op 21 december van dat jaar werd het met water gevuld.

Dit immense werk werd op amper twee jaar afgewerkt …

Dit staat in schril contrast met de uitvoeringstermijn die Mechelen in Beweging nodig heeft om de tangent achter het Mechelse station aan te leggen.

De beheersovereenkomst voor deze werken werd ondertekend in 2008 … de werken gingen van start in 2012 en zullen – als het allemaal een beetje meezit – eind 2021 of begin 2022 afgerond zijn.

Het oorspronkelijke kanaal telde twee enkelvoudige sluizen (Kampenhout-Sas en de Brusselpoort) en één dubbele sluis (het Zennegat). De grote hoogteverschillen legden echter veel druk bij de sluizen en dijken.

Na meerdere beschadigingen, gevolgd door overstromingen, besloot men het aantal panden te herbekijken. In 1760 werden aanpassingen uitgevoerd: de sluis bij de Brusselpoort verdween, drie nieuwe sluizen werden gebouwd (Tildonk, Boortmeerbeek en Battel).

Het kanaal is sindsdien weinig veranderd. Het kanaal werd in 1836 verdiept, de sluis van Kampenhout herbouwd, de overige sluizen verstevigd, de bediening van de sluisdeuren gewijzigd en de basculebruggen vernieuwd.

De kanaalinfrastructuur is, krachtens een ministerieel besluit van 19 maart 1997, beschermd als industrieel erfgoed.

About the author

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.